Wetenschappelijk onderzoek

Onderzoek in het expertisecentrum

Hier is een overzicht te vinden van de onderwerpen waar het expertisecentrum syndroom van Sjögren onderzoek naar doet.

 

Het RESULT cohort kinderen

Binnenkort zullen we starten met het REPSULT cohort. Dit is een onderzoek bij Sjögren patiënten waarbij de klachten zijn begonnen op de kinderleeftijd (voor het 16de levensjaar)

Het onderzoek lijkt heel erg op het RESULT onderzoek bij volwassen patiënten. Er zal daarnaast extra onderzoek gedaan worden naar erfelijke factoren.

 

Het RESULT cohort: “U komt hier voor uw zorg, wij willen graag van u leren”.

In het RESULT cohort gaan we een groot aantal Sjögren patiënten gedurende 10 jaar op een gestructureerde manier vervolgen. Het doel van het cohort is om te onderzoeken welke factoren het beloop van het syndroom van Sjögren bepalen en of hierin voorspellende factoren zijn aan te wijzen. Naast de reguliere zorg/onderzoeken worden voor het RESULT-cohort extra vragenlijsten afgenomen, en worden bloed, tranen en speeksel opgeslagen.

 

Vermoeidheid

In dit onderzoek onderzoeken we het ontstaan van de vermoeidheid bij patiënten met het syndroom van Sjögren. Hiervoor vergelijken we de vermoeidheid die door patiënten wordt ervaren met de vermoeidheid die we meten tijdens een kracht test, waarbij de spierkracht, activatie van de spieren en activatie van de hersenen worden geregistreerd. Daarnaast onderzoeken we of er een relatie is tussen vermoeidheid en bepaalde eiwitten van de ontstekingsreactie die worden gemeten in het  bloed.

Update: de onderzoeksdata zijn verzameld en wij werken momenteel aan een wetenschappelijke publicatie van de resultaten.

 

Biomarkers in speeksel, tranen en bloed

In speeksel, tranen en bloed worden stoffen (biomarkers) uitgescheiden, op basis waarvan vermoedelijk Sjögren patiënten kunnen worden onderscheiden van zowel gezonde personen als patiënten met een andere auto-immuunziekte (reumatoïde artritis, systemisch lupus erythematosus etc). Ook bepaalde cellen aanwezig in speekselklier en bloed zouden als biomarker kunnen dienen. Een combinatie van deze biomarkers wordt getest in patiënten met een verdenking op Sjögren. Als deze combinatie inderdaad specifiek is voor Sjögren, kan mogelijk op basis van een beetje speeksel, traanvocht en/of bloed worden ingeschat of het zinvol is om een persoon met verdenking op Sjögren te onderwerpen aan een volledig diagnostisch traject. Ook kunnen we hiermee mogelijk verschillende groepen Sjögren patiënten identificeren, waarbij de ziekte een ander beloop heeft, en een andere behandeling vereist. Het onderzoek naar biomarkers doen wij aan de hand van het RESULT cohort.

 

T- en B cellen en hun interactie

Belangrijke cellen van de verworven afweer zijn de T- en B-cellen. Wij bestuderen de functie van T- en B-cellen en de interactie tussen deze cellen in patiënten met het syndroom van Sjögren. Deze cellen spelen een belangrijke rol in het ziekteproces. Wij onderzoeken met name de vraag hoe het komt dat de B-cellen bij het syndroom van Sjögren hyperactief zijn. Deze hyperactiviteit uit zich onder andere door verhoogde aantallen van autoantistoffen in het bloed. Ook onderzoeken wij de functie van T folliculaire helper cellen, die belangrijke helpers zijn van de B-cellen. Wij kijken daarnaast of experimentele therapieën met ‘biological DMARDs’ de activiteit van T- en B-cellen remmen, zodat wij beter begrijpen hoe deze therapieën werken en aangrijpingspunten voor nieuwe therapieën kunnen identificeren.

 

Hoe ontstaan lymfo-epitheliale laesies?

Het syndroom van Sjögren karakteriseert zich deels door de vorming van lymfo-epitheliale laesies in de speekselklieren. Dit is een gevolg van activatie van de B-cellen, die infiltreren in de afvoergangen van de speekselklieren. Deze specifieke B-cellen brengen de receptor FcRL4 tot expressie. Van FcRL4-positieve B-cellen en lymfo-epitheliale laesies is bekend dat ze ook betrokken zijn bij de ontwikkeling van het MALT lymfoom, een vergevorderde uiting van het syndroom van Sjögren. We onderzoeken in het laboratorium hoe de B-cellen worden aangezet om te infiltreren in de afvoergangen en hopen hiermee beter te begrijpen hoe het MALT lymfoom ontstaat.

 

Histopathologie in het syndroom van Sjögren

Om de diagnose Sjögren te stellen wordt er vaak een speekselklierbiopt genomen. In deze kleine stukjes weefsels wordt er gekeken met behulp van microscopie naar groepen van ontstekingscellen, ook wel foci genoemd. De aanwezigheid van foci wordt gebruikt om vast te stellen of iemand het syndroom van Sjögren heeft. In veel gevallen zijn er echter ook andere afwijkingen in de speekselklieren te vinden bij patiëntne met Sjögren. Wij onderzoeken daarom of er naast deze foci ook andere aanwijzingen in het weefsel te zien zijn die mogelijk zelfs beter en/of eerder in het ziekte beloop geschikt zijn om toegepast te worden bij de diagnostiek. Ook wordt bekeken in hoeverre we op basis van het microscopisch beeld verschillende groepen patiënten kunnen identificeren die een verschillend ziektebeloop hebben.

 

‘Nieuwe’ speekselklieren

Stamcellen zijn belangrijk voor het onderhoud van onze organen. Ze hebben de taak om beschadigd weefsel te repareren en dode cellen te vervangen. We hebben eerder aangetoond dat stamcellen van de speekselklieren van patiënten met het syndroom van Sjögren deels verouderd lijken, en niet kunnen functioneren zoals het hoort. Met behulp van embryonale stamceltechnologie onderzoeken we in het laboratorium hoe we nieuwe speekselklieren kunnen maken uit stamcellen. Met behulp van deze techniek hopen we in de toekomst patiënten nieuwe speekselkliercellen te kunnen geven, zodat de functie van de speekselklieren kan worden hersteld. Hoewel we hoge verwachtingen hebben van deze technologie, zal het nog jaren duren voordat we deze kunnen toepassen bij patiënten.

 

Typering van speekselkliercellen bij het syndroom van Sjögren

Op basis van eerder onderzoek is bekend hoe de schade in de speekselklieren bij het syndroom van Sjögren zich kenmerkt in een gevorderd stadium van de ziekte. We weten nog niet goed hoe het proces daar naar toe plaats vindt. Met behulp van onderzoekstechnieken als ‘RNA sequencing’ van individuele cellen analyseren we alle celtypes die voorkomen in de speekselklieren van patiënten met het syndroom van Sjögren in een vroeg stadium. Deze cellen worden verzameld middels een biopt van de speekselklier. Dit onderzoek helpt ons om beter te begrijpen welke cellen verantwoordelijk zijn voor de afgenomen functie van de speekselklieren.

 

Wat is de relatie tussen het syndroom van Sjögren en ‘immune checkpoint inhibitors’?

Recente ontwikkelingen binnen de oncologie hebben geleid tot de introductie van ‘immune checkpoint inhibitors’ voor de behandeling van kanker. Deze middelen zijn effectief voor de bestrijding van tumorcellen, maar we zien nu dat deze middelen ook auto-immuun klachten en achteruitgang van de functie van speekselkliercellen kunnen veroorzaken. Patiënten kunnen hierdoor o.a. in korte tijd ernstige droogheidsklachten ontwikkelen. Door het analyseren van speekselklierbiopten van patiënten die ‘immune checkpoint inhibitors’ gebruiken, en deze te vergelijken met speekselklierbiopten van patiënten met het syndroom van Sjögren, hopen we te ontdekken wat er precies gebeurd bij dit proces. Met deze kennis hopen we uiteindelijk ook te ontdekken wat we kunnen doen om de achteruitgang van speekselklieren tegen te gaan.

 

PET/CT en het syndroom van Sjögren

Een manier van beeldvorming bij patiënten met auto-immuunziekten is de FDG-PET/CT scan. Dit is een onderzoek waarbij met behulp van een radioactieve stof de suikerstofwisseling in het lichaam in beeld wordt gebracht. Ontstekingscellen verbruiken veel energie en hebben een hogere suikerstofwisseling, hierdoor kunnen ontstekingen en infecties in het lichaam met behulp van de FDG-PET/CT scan opgespoord worden. We onderzoeken of de PET/CT scan bij patiënten met het syndroom van Sjögren actieve ontstekingscellen in de speekselklieren en andere organen aan kan tonen en of deze manier van beeldvorming kan helpen bij de het stellen van de diagnose Sjögren of de diagnose MALT-lymfoom.

 

Kunnen geactiveerde epitheel cellen en hyperactieve B-cellen samen zorgen voor ontwikkeling van het syndroom van Sjögren?

We hebben eerder aangetoond dat langdurig geactiveerde epitheel cellen betrokken zijn bij de ontstekingsreactie in speekselklieren bij het syndroom van Sjögren. We onderzoeken momenteel aan de hand van celkweken in het laboratorium of het toevoegen van hyperactieve B-cellen aan deze geactiveerde epitheliale cellen bijdraagt aan het ontstaan van de schade aan de speekselklieren, zoals we die kennen bij het syndroom van Sjögren. Dit project wordt uitgevoerd in samenwerking met de onderzoeksgroep van Prof. Dr. Rudi Hendriks, van het ErasmusMC in Rotterdam.