Wetenschappelijk onderzoek

Onderzoek in het expertisecentrum

Hier is een overzicht te vinden van de onderwerpen waar het expertisecentrum syndroom van Sjögren onderzoek naar doet.

Het RESULT cohort: “U komt hier voor uw zorg, wij willen graag van u leren”.

In het RESULT cohort gaan we een groot aantal Sjögren patiënten gedurende 10 jaar op een gestructureerde manier vervolgen. Het doel van het cohort is om te onderzoeken welke factoren het beloop van het syndroom van Sjögren bepalen en of hierin voorspellende factoren zijn aan te wijzen. Naast de reguliere zorg/onderzoeken worden voor het RESULT-cohort extra vragenlijsten afgenomen, en worden bloed, tranen en speeksel opgeslagen.

Vermoeidheid

In dit onderzoek onderzoeken we het ontstaan van de vermoeidheid bij patiënten met het syndroom van Sjögren. Hiervoor vergelijken we de vermoeidheid die door patiënten wordt ervaren met de vermoeidheid die we meten tijdens een kracht test, waarbij de spierkracht, activatie van de spieren en activatie van de hersenen worden geregistreerd. Daarnaast onderzoeken we of er een relatie is tussen vermoeidheid en bepaalde eiwitten van de ontstekingsreactie die worden gemeten in het  bloed.

Echo en het syndroom van Sjögren

De echo van de speekselklieren krijgt een steeds belangrijke rol in het vaststellen van het syndroom van Sjögren. We onderzoeken of het syndroom van Sjögren vastgesteld kan worden door middel van een echo van de speekselklieren, of de bevindingen van deze echo veranderen in de loop van de ziekte, en of de afwijkingen die we bij Sjögren patiënten op de echo zien overeenkomen met de afwijkingen in het speekselklierbiopt.

Seksuele functie en vaginale droogte

We doen onderzoek naar de oorzaak van vaginale droogte en seksuele disfunctie bij vrouwen met Sjögren. Mogelijk is er bij vrouwen met Sjögren sprake van een auto-immuun ontsteking in de vagina, waardoor droogheidsklachten ontstaan. Om dit te onderzoeken wordt er bij een groep vrouwen met Sjögren een gynaecologisch onderzoek gedaan, en worden de bevindingen vergeleken met een groep gezonde vrouwen.

Biomarkers in speeksel, tranen en bloed

In speeksel, tranen en bloed worden stoffen (biomarkers) uitgescheiden, op basis waarvan vermoedelijk Sjögren patiënten kunnen worden onderscheiden van zowel gezonde personen als patiënten met een andere auto-immuunziekte (reumatoïde artritis, systemisch lupus erythematosus etc). Ook bepaalde cellen aanwezig in speekselklier en bloed zouden als biomarker kunnen dienen. Een combinatie van deze biomarkers wordt getest in patiënten met een verdenking op Sjögren. Als deze combinatie inderdaad specifiek is voor Sjögren, kan mogelijk op basis van een beetje speeksel, traanvocht en/of bloed worden ingeschat of het zinvol is om een persoon met verdenking op Sjögren te onderwerpen aan een volledig diagnostisch traject. Ook kunnen we hiermee mogelijk verschillende groepen Sjögren patiënten identificeren, waarbij de ziekte een ander beloop heeft, en een andere behandeling vereist.

Secundaire Sjögren

Droogheidsklachten en het syndroom van Sjögren kunnen aanwezig zijn bij patiënten met andere autoimmuunziekten, zoals reumatoïde artritis. We onderzoeken in hoeverre een secundair syndroom van Sjögren verschilt van het primaire syndroom van Sjögren en wat de relatie is tussen de ziekteactiviteit van reumatoïde artritis en het krijgen van het secundaire syndroom van Sjögren.

Abatacept

Abatacept is een ‘biological’, dat wil zeggen een eiwit dat kunstmatig geproduceerd wordt door cellen. Toediening van dit middel leidt tot remming van het afweersysteem. Hierdoor verwachten wij dat de ziekteactiviteit van Sjögren lager wordt. In dit onderzoek wordt de effectiviteit van abatacept onderzocht in een groep van 88 patiënten met het primaire syndroom van Sjögren. Tevens onderzoeken we hoe dit middel werkt bij Sjögren, om zo tot meer inzichten te komen in de ontstaanswijze van de ziekte. Meer informatie kan u vinden onder het kopje studies of u kan mailen naar:  sjögrenonderzoek@reuma.umcg.nl.

T- en B cellen en hun interactie

Belangrijke cellen bij de afweer zijn de T- en B-cellen. We bestuderen de functie van T- en B-cellen en de interactie van deze cellen in patiënten met het syndroom van Sjögren, omdat we denken dat deze cellen in belangrijke mate bijdragen aan het ziekteproces. We onderzoeken met name de vraag hoe het komt dat de B-cellen bij het syndroom van Sjögren hyperactief zijn. We kijken daarnaast of experimentele therapieën met ‘biologicals’ de activiteit van T- en B-cellen remmen, zodat we beter begrijpen hoe deze therapieën werken en aangrijpingspunten voor nieuwe therapieën kunnen identificeren.

De rol van FcRL4+ B-cellen in het ontstaan van MALT lymfomen

Bij het syndroom van Sjögren is er een verhoogde kans op het ontwikkelen van zogeheten MALT lymfomen. Deze ontwikkelen zich vooral in de oorspeekselklier, vanuit een bepaald type B-cel dat bij de meeste patiënten maar in kleine aantallen in de (oor-)speekselklier aanwezig is. We onderzoeken hoe het komt dat soms deze cellen ontsporen en zich ontwikkelen tot tumorcellen, en tevens willen we weten wat de rol is van deze B-cellen bij het ontstaan en beloop van het syndroom van Sjögren.

Histopathologie in het syndroom van Sjögren

Om de diagnose Sjögren te stellen wordt er vaak een speekselklierbiopt genomen. In deze kleine stukjes weefsels wordt er gekeken met behulp van microscopie naar groepen van ontstekingscellen, ook wel foci genoemd. De aanwezigheid van foci wordt gebruikt om vast te stellen of iemand het syndroom van Sjögren heeft. In veel gevallen zijn er echter ook andere afwijkingen in de speekselklieren te vinden bij patiëntne met Sjögren. Wij onderzoeken daarom of er naast deze foci ook andere aanwijzingen in het weefsel te zien zijn die mogelijk zelfs beter en/of eerder in het ziekte beloop geschikt zijn om toegepast te worden bij de diagnostiek. Ook wordt bekeken in hoeverre we op basis van het microscopisch beeld verschillende groepen patiënten kunnen identificeren die een verschillend ziektebeloop hebben.

Stamcellen in de speekselklier

Stamcellen in de speekselklier zijn de cellen die steeds het klierweefsel vervangen. We onderzoeken of deze stamcellen van de speekselklieren bij het het syndroom van Sjögren normaal functioneren of niet en in hoeverre deze cellen een rol spelen bij het ontstaan van het syndroom van Sjogren. Bij dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van weefselkweektechnieken om vanuit stamcellen die in de speekselklier aanwezig zijn mini-speelselkliertjes te vormen. We maken tevens van deze minispeekselkliertjes gebruik om in kweekbakjes de ziekte na te bootsen en zo de rol van het klierweefsel bij het ontstaan van de ziekte te bestuderen. 

Microbioom

In dit onderzoek wordt bekeken of patiënten met het syndroom van Sjögren een andere bacteriële samenstelling in de mond en darmen (het microbioom) hebben, in vergelijking met o.a. gezonde vrijwilligers. Dit onderzoek helpt ons verder om meer te weten te komen over de rol die bacteriën spelen bij het ontstaan van Sjögren. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen worden gebruikt voor vervolgonderzoek naar de oorzaak van het syndroom van Sjögren en mogelijke nieuwe behandelingen, zoals voeding en probiotica.